Netcongestie utiliteitsbouw: wat betekent dit?
Netcongestie in de utiliteitsbouw: bouwen zonder extra stroom?
Nederland elektrificeert in hoog tempo. Warmtepompen, laadpalen, zonnepanelen, batterijopslag en steeds slimmere gebouwinstallaties worden inmiddels bijna vanzelfsprekend meegenomen in plannen voor nieuwe en bestaande utiliteitsgebouwen. Tegelijkertijd lopen we tegen een probleem aan dat een aantal jaar geleden bij veel projecten nauwelijks aan tafel lag: er is lang niet overal voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet.
Binnen VitalSelect merken we dat netcongestie daardoor steeds vaker onderwerp van gesprek wordt bij de opdrachtgevers waarmee we samenwerken. Niet alleen bij netbeheerders en energiebedrijven, maar juist ook bij installateurs, aannemers en technische dienstverleners. Je kunt technisch een prachtig plan maken voor de verduurzaming van een gebouw, maar wanneer de benodigde extra netcapaciteit niet beschikbaar is, moet je op een andere manier naar dat plan gaan kijken.
Voor ons is vooral interessant wat dit betekent voor de mensen die aan deze gebouwen werken. Netcongestie is namelijk allang niet meer alleen een probleem van kabels, aansluitingen en transformatorstations. Het heeft steeds meer invloed op de keuzes die engineers, werkvoorbereiders, projectleiders en technisch beheerders dagelijks maken.
Meer installaties betekent niet automatisch meer vermogen
De ontwikkeling lijkt soms tegenstrijdig. We willen gebouwen elektrificeren en verduurzamen, terwijl het elektriciteitsnet op steeds meer plaatsen tegen zijn grenzen aanloopt. Een warmtepomp, laadplein of andere grote elektrische installatie kan technisch uitstekend zijn ontworpen, maar het benodigde vermogen moet uiteindelijk wel beschikbaar zijn.
In onze gesprekken met opdrachtgevers merken we daarom dat energiecapaciteit steeds eerder onderdeel wordt van technische vraagstukken. Waar vroeger misschien eerst werd bepaald welke installaties een gebouw nodig had en daarna werd gekeken naar de aansluiting, moet die beschikbare capaciteit tegenwoordig soms al veel eerder worden meegenomen in het ontwerp.
Daardoor verandert ook de manier waarop naar een project wordt gekeken. Het gaat niet meer alleen om hoeveel energie een gebouw nodig heeft, maar steeds vaker ook om het moment waarop die energie wordt gevraagd. Wanneer ontstaan de grootste pieken, welke installaties veroorzaken die en kunnen bepaalde systemen misschien op andere momenten worden gebruikt? Dat zijn vragen die steeds vaker onderdeel worden van het technische ontwerp.
Slimmer omgaan met de energie die beschikbaar is
Bij onze klanten binnen de installatietechniek zien we dat hierdoor andere oplossingen relevanter worden. Energieopslag, slimme laadoplossingen, energiemanagementsystemen en installaties die veel nauwkeuriger op elkaar worden afgestemd, krijgen een steeds belangrijkere rol binnen utiliteitsprojecten.
Dat betekent dat je een gebouw steeds minder kunt bekijken als een verzameling losse installaties. Zonnepanelen produceren op bepaalde momenten energie, terwijl de vraag dan misschien relatief laag is. Laadpalen kunnen juist grote pieken veroorzaken en een warmtepomp heeft weer een heel ander gebruiksprofiel. Door die systemen als één geheel te bekijken, kun je veel slimmer omgaan met de beschikbare capaciteit.
Voor de technische professionals die wij spreken, maakt dat projecten ook inhoudelijk complexer. Een engineer elektrotechniek kijkt bijvoorbeeld niet meer uitsluitend naar kabelberekeningen, vermogens en elektrische installaties. Energiegebruik, piekbelasting, laadinfra, opwekking en opslag kunnen allemaal onderdeel worden van hetzelfde vraagstuk. Tegelijkertijd hebben keuzes binnen de werktuigbouwkundige installatie direct invloed op de elektrische vermogensvraag. We zien daardoor bij onze opdrachtgevers dat disciplines steeds dichter bij elkaar komen te liggen.
De engineer moet het complete gebouw begrijpen
Die verandering horen we ook terug in onze gesprekken met engineers en andere technische professionals. Een aantal jaar geleden kon iemand zich binnen een project vaak sterker richten op zijn eigen discipline. Tegenwoordig wordt steeds vaker verwacht dat je begrijpt welke invloed jouw technische keuzes hebben op andere installaties en uiteindelijk op het totale energiegebruik van een gebouw.
Dat betekent natuurlijk niet dat iedere engineer ineens energiespecialist moet worden. We zien wel dat professionals die verder kunnen kijken dan hun eigen installatie steeds waardevoller worden. Vooral bij grote en complexe utiliteitsprojecten komen werktuigbouwkunde, elektrotechniek, meet- en regeltechniek, gebouwautomatisering en energievoorziening steeds vaker samen.
Voor ons als detacheerder is dat een belangrijke ontwikkeling. Wanneer een opdrachtgever bij ons aanklopt voor een nieuwe collega, willen we daarom niet alleen weten welke functietitel boven de vacature staat. We willen begrijpen welk technisch vraagstuk er daadwerkelijk ligt, hoe het project is georganiseerd en welke verantwoordelijkheid iemand daarin krijgt.
Een Engineer E bij de ene installateur kan daardoor inhoudelijk een heel andere functie hebben dan een Engineer E bij een andere organisatie. Juist doordat we onze opdrachtgevers en professionals goed kennen, kunnen we beter beoordelen welke omgeving bij iemand past en waar zijn of haar kennis het beste tot zijn recht komt.
De waarde van een Engineer stijgt om die reden ook flink, dit zie je terug in onze salariswijzer.
Vooral bestaande utiliteitsgebouwen worden interessant
Binnen bestaande utiliteitsgebouwen wordt het vraagstuk misschien nog complexer. Kantoren, ziekenhuizen, scholen, theaters en andere grote gebouwen moeten de komende jaren verder verduurzamen, terwijl ze al beschikken over een bestaande elektrische aansluiting en bestaande technische installaties.
Juist bij onze opdrachtgevers binnen service en onderhoud zien we wat dat in de praktijk betekent. Wanneer een klant wil elektrificeren, extra laadinfra wil plaatsen of verder van het gas af wil, kun je niet altijd simpelweg nieuwe installaties toevoegen. Eerst moet worden gekeken naar wat er technisch mogelijk is, hoeveel capaciteit beschikbaar is en hoe de bestaande installaties functioneren.
Daardoor wordt optimaliseren steeds belangrijker. Misschien kunnen bestaande installaties efficiënter worden aangestuurd, ontstaan bepaalde pieken op momenten waarop dat niet nodig is of kan batterijopslag helpen om de vermogensvraag beter te verdelen. Gebouwautomatisering en meet- en regeltechniek spelen hierin eveneens een belangrijke rol, omdat je eerst moet weten wat er in een gebouw gebeurt voordat je het energiegebruik daadwerkelijk kunt verbeteren.
De technische professional wordt steeds vaker adviseur
Wat we daarnaast interessant vinden, is dat deze ontwikkeling ook invloed heeft op de relatie tussen technische professionals en hun klanten. Een technisch beheerder of servicetechnicus komt natuurlijk nog steeds om ervoor te zorgen dat installaties goed functioneren, maar krijgt steeds vaker vragen die verder gaan dan alleen onderhoud of een storing.
Waarom gebruikt een installatie zoveel energie? Kunnen we de regeling aanpassen? Is vervanging daadwerkelijk noodzakelijk of kunnen we eerst optimaliseren? Wat betekent een nieuwe warmtepomp voor de elektrische aansluiting? En welke investeringen zijn nodig om een gebouw de komende jaren verder te verduurzamen?
We horen dit soort vraagstukken steeds vaker terug van de professionals die we begeleiden. Technische kennis blijft de basis van het vak, maar het vermogen om mee te denken met een klant wordt belangrijker. Voor veel mensen maakt dat hun functie juist interessanter, omdat ze niet alleen verantwoordelijk zijn voor een installatie, maar steeds meer invloed krijgen op hoe een compleet gebouw in de toekomst gaat functioneren.
Ook daarin zien wij een rol voor onszelf. Als detacheerder willen we gedurende een opdracht betrokken blijven bij de ontwikkeling van onze collega’s. Wanneer verantwoordelijkheden veranderen of iemand merkt dat hij steeds meer richting advies, energie of technisch beheer groeit, willen we daarover in gesprek blijven. Een volgende carrièrestap hoeft namelijk niet altijd een andere functietitel te betekenen. Het kan ook betekenen dat iemand binnen zijn vak steeds meer verantwoordelijkheid en expertise ontwikkelt.
Netcongestie is daarmee ook een personeelsvraagstuk
Bij netcongestie gaat het begrijpelijkerwijs vaak over het uitbreiden van het elektriciteitsnet. Er zijn nieuwe kabels, transformatorstations en grote investeringen nodig om de capaciteit de komende jaren te vergroten. Tegelijkertijd zijn er binnen gebouwen technische professionals nodig die slimmer leren omgaan met de capaciteit die al beschikbaar is.
Daarbij gaat het om verschillende functies. Engineers moeten oplossingen ontwerpen, werkvoorbereiders moeten begrijpen wat ervoor nodig is om die oplossingen te realiseren en projectleiders moeten verschillende disciplines bij elkaar brengen. Vervolgens zijn technisch beheerders, servicetechnici en specialisten in meet- en regeltechniek nodig om ervoor te zorgen dat installaties ook na oplevering optimaal blijven functioneren.
Wij merken bij onze opdrachtgevers al jaren hoe schaars ervaren technische professionals zijn. Nu functies inhoudelijk complexer worden en kennis van energie, data en verschillende technische disciplines steeds vaker samenkomt, verwachten we dat de behoefte aan dit soort professionals alleen maar verder zal groeien.
Voor VitalSelect betekent dat ook dat we goed moeten blijven kijken naar de richting waarin onze klanten bewegen. Niet alleen naar de vacature die vandaag moet worden ingevuld, maar juist naar de kennis die organisaties over een paar jaar nodig hebben. Dat helpt ons tegelijkertijd om onze professionals beter te adviseren over ontwikkelingen die interessant kunnen zijn voor hun eigen carrière.
Wat betekent netcongestie voor de techniek van morgen?
Netcongestie is zonder twijfel een serieus probleem voor de Nederlandse bouw- en installatietechniek. Projecten kunnen vertraging oplopen en organisaties kunnen worden beperkt in hun verduurzamingsplannen doordat extra capaciteit niet direct beschikbaar is. Toch zorgt diezelfde schaarste er ook voor dat we veel kritischer gaan kijken naar de manier waarop gebouwen energie gebruiken.
In plaats van automatisch meer vermogen aan te vragen, wordt het belangrijker om eerst te begrijpen wat daadwerkelijk nodig is. Door beter te meten, slimmer te regelen en installaties nauwkeuriger op elkaar af te stemmen, kan bestaande capaciteit veel efficiënter worden gebruikt.
Als detacheerder midden in de bouw- en installatietechniek vinden we het interessant om die ontwikkeling van dichtbij mee te maken. We horen bij onze opdrachtgevers welke technische uitdagingen ontstaan en zien bij onze professionals hoe hun werkzaamheden daardoor veranderen. Dat helpt ons om steeds beter te begrijpen welke kennis de techniek van morgen nodig heeft en welke kansen dat biedt voor de mensen die erin werken.
Want uiteindelijk lossen we netcongestie niet alleen op door meer kabels in de grond te leggen. We hebben vooral technische professionals nodig die begrijpen hoe installaties, energie en gebouwen met elkaar samenhangen en daar in de praktijk slimme oplossingen voor kunnen bedenken.